|
Sternaal syndroom
Het sternale syndroom is uitdrukking van de reacties van het organisme op
de verhoogde gevoeligheid van het sternocostale en sternoclaviculare
gebied bij een foutieve houding van de thoracale wervelkolom en belasting,
in tegenstelling tot rechtop gerichte thoracale houding.
Het tendomyotische ziektebeeld van het sternale syndroom ontwikkelt zich
in de spieren, die de sternocostale en sternoclaviculaire gewrichten
ontlasten (mm. intercostales, m. pectoralis major, m.
sterno-cleido-mastoïdies, mm. scaleni en dorsale nekspieren). De spieren
die reflectoir een hoge tonus hebben en pijnlijk zijn, kunnen zowel bij
een foutieve als bij een rechtopgerichte houding van de thorax gepalpeerd
worden. De tendomyose van de m. pectoralis major kan de parasternale pijn
die veroorzaakt wordt door hartproblemen volledig imiteren.
Door de reflectoir hypertone nekspieren kan zich een secundair vertebraal
cervicaalsyndroom ontwikkelen. De sternocostale en sternoclaviculaire
“prikkelhaarden” kunnen bovendien tot reflectoire hypertonie van de
armspieren leiden. Het beeld van de reflectoire tendomyosen verandert zich
wezenlijk bij de rechtopgerichte en foutieve houding van de thorax. De
waarneming kan door het mechanoreceptoren- en
nocireceptoren-reflexmechanisme verklaard worden.
Een stoornis in de art. acromioclaviculare kan reflectoir tendomyosen in
de m. serratus anterior, m. trapezius, m. biceps brachii, m.
coracobrachialis en in de extensoren van hand en vingers teweeg brengen.
Niet alleen, dat een sternaal syndroom leiden kan tot tendomyosen van
schouder-, nek-, thoraxwand en armspieren tot paresthesie (gevoel alsof
mieren over de huid kruipen) van het acromion alsook trofische stoornissen
van de huid, maar een wezenlijke waarneming van Brügger is dat primaire
brachiogene syndromen (carpaaltunnelsyndroom, overbelastingen, blessures enz.) een secundair reflectoir sternaal syndroom teweeg kunnen brengen.
Syndroom van de romp
Functionele stoornissen van het bewegingsapparaat in het de regio van de
wervelkolom alsook aandoeningen van inwendige organen kunnen door
nociceptieve en somatomotorische reflexen tot artro-tendo-myotische
syndromen leiden.
De kennis van de anatomie van de weke delen, het palpabele gebied van de
pijnlijke tendomyosen, de analyse van de lichaamshouding en de
bewegingspatronen helpen vaak om de primaire stoornissen van het
bewegingsapparaat van de primair organische aandoeningen te onderscheiden.
Het is bekend dat een primaire functionele stoornis van het
bewegingsapparaat een uitstralende pijn naar referentiegebieden (referred
pain) van de inwendige organen teweeg kan brengen. Het omgekeerde wordt
echter ook waargenomen, namelijk dat een aandoening van inwendige organen
langs reflectoire banen tendomyotische veranderingen kan bewerkstelligen (somatoviscerale,
viscerosomatische reflexen).
Syndromen van het
onderste lichaamskwadrant
De functionele eenheid van het onderste lichaamskwadrant behelst volgens
Brügger de thoracolumbale wervelkolom inclusief de dorsale en ventrale
rug- en buispieren, de bekkengordel en de benen.
De mechanische foutieve belastingen van het bewegingsapparaat in het
gebied van de lumbosacrale overgang bewerkstelligen tendomyotische
reacties van de buik-, bekken- en beenspieren.
Brügger vermoedt, dat daardoor oedeemateuze zwellingen en reactieve
ontstekingsveranderingen kunnen optreden in het gebied van
peesaanhechtingen, peesscheden en van het interstitiële weefsel van de
spieren.
Via het nociceptieve somatomotorische blokkeringseffect wordt daardoor het
prestatievermogen van het bewegingsapparaat veel minder. Vanuit dit
mechanisme verklaart Brügger de talrijke lage rugklachten, pijnlijke benen
en voor een deel ook de problematiek in het kleine bekken (m. iliopsoas).
Subcutane ontstekingsprocessen, hematomen en littekens kunnen eveneens
artro-tendo-myotische ziektebeelden veroorzaken.
Het onderscheid van oorzaak en gevolg blijft zo lang moeilijk, tot de
artro-tendo-myotische beelden als zodanig bekend worden doordat ze van de
eigenlijke ziektehaarden gescheiden kunnen worden.
De prikkelhaarden van de facetgewrichtjes van de thoracolumbale en
lumbosacrale overgangen kunnen pijn in de zin van een tendomyotische
uitstraling in het buikdek-, been-, en paravertebrale spieren
bewerkstelligen.
Het symphysiale syndroom
Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat de symphyse
respectievelijk de bekkenring ook onderdeel kan zijn van een aandoening of
pijn in het kleine bekken of de benen. Tendomyotische reacties van de
paravertebrale spieren (symphysogene lage rugklachten), de bekken- en
buikmusculatuur (symphysogene buikwandpijn) en pijn in de beenspieren (m.
quadriceps, m. sartorius en m. tensor fasciae latae) worden door Brügger
beschreven bij overmatige prikkeling van de symphyse of bij functionele
stoornissen van de bekkenring.
De door Brügger beschreven sternosymphysiale belastingshouding zal het
evenwicht van de synergisme tussen de extensoren van de rug en de
buikmusculatuur ten gunste van de abdominaal musculatuur verschuiven. Dit
kan overigens weer leiden kan tot prikkelreacties van de symphyse.
Voor het onderscheiden van het juiste radiculaire syndroom is kennis van
de reflectoire tendomyotische reacties bij prikkelreacties van de symphyse
of bij een sternosymphysiale belastingshouding belangrijk.
De m. longissimus thoracis is tussen het os sacrum en het middelste deel
van de thoracale wervelkolom hypotoon tendomyotisch (pijn tussen de
scapulae en in de lumbale regio). Om het achterover kantelen van het
bekken tegen te gaan contraheert de m. iliopsoas. Synergistisch zijn
hierbij actief de m. tensor fascia latae, m. sartorius en m. rectus
femoris. De ischiocrurale beenspieren en de peroneaalmusculatuur worden
eerder pijnlijk hypotoon.
Een tendomyotisch pijnsyndroom, dat zich op die manier ontwikkelt heeft,
wordt klinisch vaak voor gewend als een radiculaire lumbale ischialgie.
Het is daarom echter belangrijk om het palpatoire onderzoek van de
betroffen spiergroepen uit te voeren in de belastings- alsook in de
rechtopgerichte houding en in lig. Vaak verdwijnen de tendomyotische
reacties bij de rechtop gerichte houding. |
|
 |
Sternosymphysiale belasting
- blauw: de extensoren die
zorgen
voor de rechtopgerichte stand;
- rood: de door de sternosymphysiale
belastingshouding geprikkelde
spieren. |
 |
De rechtopgerichte houding
- blauw: de
extensoren die zorgen
voor de rechtopgerichte stand;
- rood: de door de sternosymphysiale
belastingshouding geprikkelde
spieren. |
 |
|
Overzicht van pijnuitstraling bij verschillende
prikkelingen van het gewrichtskapsel door diepe fricties. |
|