|
"WARMING-UP ROMPSPIEREN" |
||||||||||||||||||||
|
De heupen zijn met samen met de
lage rug de krachtcentrale van het hele lichaam. De spieren
rondom de heupen en de de lumbale wervelkolom zijn de grootste
en sterkste, die je hebt. Ondanks dat hebben veel sporters maar
weinig besef wat er zich precies afspeelt in genoemd gebied in
relatie met goed functioneren van been- en armspieren. De meeste
verbindingen tussen onze heupen en de schouders die ervoor
zorgen dat er op een juiste manier bewogen wordt, werken via de
rugspieren.
Aan
de ene kant werkt de een loodrechte kracht van het gewicht van
de romp op dekplaat van SI. Dit gewicht bewerkstelligt een
contra-nutatie op de bodem, die door het bovenbeen op het pelvis
door gegeven wordt. Daardoor wordt een door het sacrumnutatie
(zie afb. 2) tegenwerkende contra-nutatie van het os coxa
bewerkstelligt. Door de reactiekracht wordt het benige bekken
aan de zijde van het standbeen naar boven bewogen, terwijl dit
aan de andere zijde door het gewicht van het afhangende been
naar beneden getrokken wordt. Onder fysiologische omstandigheden
zijn de overeenkomstige bandstructuren zo stevig, dat het
nauwelijks tot een significante beweging komt. Desondanks is het
duidelijk, hoe de tijdens de beweging constant wisselende
krachtsverhoudingen continu de tendens hebben een reversibele
bekken- verwringing te bewerkstelligen.
Voor iedere training en wedstrijd
vindt de warming-up plaats om de stofwisseling op gang te
brengen en de spieren door middel van specifieke oefeningen voor
te bereiden op de naderende inspanning. Bij veel takken van
sport, waarbij lopen, sprinten met rem- en keerbewegingen een
belangrijke plaats innemen, is het voorbereiden van de spieren
van lage rug en het bekken heel essentieel.
De sporter ligt op de rug met aangehurkte benen en de voeten in dorsaalflexie. Nu wordt de heup gestrekt waarbij de rompspieren worden gestabiliseerd. Deze positie wordt vastgehouden. Nu wordt de voet een aantal cm's van de vloer getild en weer terug. Dit herhaalt de sporter 8-10 keer. Vervolgens met de andere voet.
De sporter in borstligsteun, de voeten zover uit elkaar, dat ze zich recht onder het bekken bevinden. Het bekken wordt zo gestabiliseerd, dat de wervelkom en de onderste extremiteiten in één lijn zijn. Nu wordt één arm gestrekt naar voren gebracht. Dit 8-10 x uitvoeren met beide armen. Belangrijk hierbij is de romp gestabiliseerd te houden.
Bij deze oefening brengen we de armen in één lijn met de schoudergordel. Vervolgens buigen we voorover, waarbij één been gestrekt achterwaarts wordt geheven. Ook hierbij is de rechte lijn tussen de romp en het gestrekte been belangrijk. De oefening kunnen we nog enigszins verzwaren waarneer de knie van het standbeen ligt gebogen wordt. Ook deze oefening 8-10 uitvoeren. |
||||||||||||||||||||
bron: In Fysio