"WARMING-UP ROMPSPIEREN"

 

De heupen zijn met samen met de lage rug de krachtcentrale van het hele lichaam. De spieren rondom de heupen en de de lumbale wervelkolom zijn de grootste en sterkste, die je hebt. Ondanks dat hebben veel sporters maar weinig besef wat er zich precies afspeelt in genoemd gebied in relatie met goed functioneren van been- en armspieren. De meeste verbindingen tussen onze heupen en de schouders die ervoor zorgen dat er op een juiste manier bewogen wordt, werken via de rugspieren.
De lumbale wervelkolom en de rompregio zijn zeer belangrijk voor het goed laten functioneren van de beenspieren. Deze zorgen voor een goede balans tussen en spanning in de spieren.
Het SI-gewricht heeft ook een belangrijke functie bij goed functioneren van de bewegingen van de onderste extremiteiten.
Er zijn autoren die van een bufferwerking van het SIG tussen de wervelkolom en de onderste extremiteiten spreken. De beweging moet niet zo zeer als eigenlijke translatie gezien worden doch meer een compressie van een gedeelte van de omgeving van het gewricht met een gelijktijdige tegengestelde contractie. De bufferwerking moeten we zien binnen de rechtop gerichte stand van persoon en de vanuit deze stand inwerkende krachten op de bekkenring.

 

 
afb. 1 - Nutatie   afb. 2  Sacrum nutatie - contra-nutatie

Aan de ene kant werkt de een loodrechte kracht van het gewicht van de romp op dekplaat van SI. Dit gewicht bewerkstelligt een contra-nutatie op de bodem, die door het bovenbeen op het pelvis door gegeven wordt. Daardoor wordt een door het sacrumnutatie (zie afb. 2) tegenwerkende contra-nutatie van het os coxa bewerkstelligt. Door de reactiekracht wordt het benige bekken aan de zijde van het standbeen naar boven bewogen, terwijl dit aan de andere zijde door het gewicht van het afhangende been naar beneden getrokken wordt. Onder fysiologische omstandigheden zijn de overeenkomstige bandstructuren zo stevig, dat het nauwelijks tot een significante beweging komt. Desondanks is het duidelijk, hoe de tijdens de beweging constant wisselende krachtsverhoudingen continu de tendens hebben een reversibele bekken- verwringing te bewerkstelligen.
Door de eerdergenoemde krachten geïnduceerde bewegingstendens van het SIG met een nutatie van het os sacrum een contra-nutatie van het os ilium verandert met iedere stap en vindt plaats aan de zijde van het standbeen. Het geheel wordt door een actieve spierfunctie ondersteund.
Op het moment van het allereerste bodemcontact (na de zwaaifase) hebben we te maken met een functionele activiteit van de m. glutaeus max. alsook van de ischiocrurale musculatuur. Door de anatomische lokalisatie van origo en insertio van deze spieren wordt de spina iliaca posterior superior enigszins naar achter bewogen. Dit correspondeert met de eerder beschreven contra-nutatie.
Voor wat betreft de zwaaifase van het andere been is hier vooral de m. iliopsoas en de m. rectus actief. Onder invloed van krachten die op het bekken werken neigt de homolaterale zijde van het bekken naar ventraal te roteren.
In beide S/I-gewrichten vindt zodoende tijdens het lopen een doorlopend dynamisch wisselwerking van microbewegingen plaats, waarbij het os sacrum zich in relatie tot het os ilium zich tegengesteld beweegt. Het bij deze bewegingen ontstane rotatiecomponent van het os sacrum verplaatst zich via de discus naar de 5e lumbale wervel. In het geval, dat deze microbewegingen niet meer plaatsvinden, spreekt men van een blokkade van het SI- gewricht. Oorzaken hiervoor zijn divers. Nogmaals wordt hiermede bevestigd, dat de balans tussen de lage rug en het bekken en de beenspieren van groot belang is. Ook de tonus in de beenspieren is voor deel afhankelijk van genoemde balans.

Voor iedere training en wedstrijd vindt de warming-up plaats om de stofwisseling op gang te brengen en de spieren door middel van specifieke oefeningen voor te bereiden op de naderende inspanning. Bij veel takken van sport, waarbij lopen, sprinten met rem- en keerbewegingen een belangrijke plaats innemen, is het voorbereiden van de spieren van lage rug en het bekken heel essentieel.
Onderstaand volgen een drietal oefeningen, die belangrijk zijn voor een sporter om uit te voeren voor de normale warming-up.

   

De sporter ligt op de rug met aangehurkte benen en de voeten in dorsaalflexie. Nu wordt de heup gestrekt waarbij de rompspieren worden gestabiliseerd. Deze positie wordt vastgehouden. Nu wordt de voet een aantal cm's van de vloer getild en weer terug. Dit herhaalt de sporter 8-10 keer. Vervolgens met de andere voet.
   

De sporter in borstligsteun, de voeten zover uit elkaar, dat ze zich recht onder het bekken bevinden. Het bekken wordt zo gestabiliseerd, dat de wervelkom en de onderste extremiteiten in één lijn zijn. Nu wordt één arm gestrekt naar voren gebracht. Dit 8-10 x uitvoeren met beide armen. Belangrijk hierbij is de romp gestabiliseerd te houden.
   

Bij deze oefening brengen we de armen in één lijn met de schoudergordel. Vervolgens buigen we voorover, waarbij één been gestrekt achterwaarts wordt geheven. Ook hierbij is de rechte lijn tussen de romp en het gestrekte been belangrijk. De oefening kunnen we nog enigszins verzwaren waarneer de knie van het standbeen ligt gebogen wordt. Ook deze oefening 8-10 uitvoeren.

       

 

 

 

 

 

bron: In Fysio