RSI
Mensen met arm-, nek- en schouderklachten
hebben allemaal een te hoge spanning in de handen.
Door kracht te
zetten met de handen, spannen de spieren in de onderarmen zich aan. Die
spieren zetten vervolgens een spiermechanisme in werking, dat loopt van de
elleboog tot in de schouders. Door die spierspanningen worden zenuwbanen
en bloedvaten naar de handen afgekneld. Vandaar de tintelende handen waar
RSI-patiënten over klagen.
De knelling ontstaat doordat de costoclaviculaire ruimte heel nauw wordt als er
sprake is van een te hoge handspanning in combinatie met stress. De
posturale spieren krijgen een hogere tonus en verkorten.
Rotatie van
het hoofd en cervicale wervelkolom is aanzienlijk beperkt. Onderzoek heeft
aangetoond, dat hoe erger de nek- en rugklachten zijn, hoe kleiner de
rotatie van het hoofd.
TESTEN
Proef voor de scalenus poorten (proef van
Adson)
De patiënt strekt de nek volledig; het hoofd
wordt naar de te onder~ zoeken zijde gedraaid (de mm. scaleni scharen over
elkaar heen) ... of het hoofd wordt naar de andere zijde gedraaid (de mm.
scaleni worden gerekt); nu wordt diep ingeademd.
N.B. de patiënt
moet de arm op het been leggen, omdat bij afhangende arm (door het
gewicht) ook de costoclaviculaire ruimte verkleind wordt.
Bevindingen
De
radialispols kan verminderen en/of verdwijnen; er kan een
supraclaviculaire souffle optreden.
Proef voor de costoclaviculaire ruimte
(proef van Eden)
De onderzoeker zit op-een krukje;
de patiënt staat naast de onderzoeker en leunt met zijn been tegen de
onderzoeker. De schoudergordel wordt in de pressie en retractie gebracht
en de patiënt hangt naar de andere zijde, terwijl de onderzoeker de
kwaliteit van de radialispols voelt. De patiënt ademt nu diep
in.
Bevindingen
De radialispols
kan verminderen en/of verdwijnen; er kan een supra- en infraclaviculaire
souffle optreden; er kunnen tintelingen optreden, evenals pijn en veneuze
stuwing.
Arteriële belastingstest (test v.
Roos)
De patiënt brengt de schoudergordel in
depressie en retractie; de ellebogen worden gebogen; nu worden snel achter
elkaar vuisten gemaakt en de handen weer volledig geopend; de patiënt
probeert dit drie minuten vol te houden.
Bevindingen
Dezelfde
bevindingen als bij de proef van Eden, bovendien: de beweging gaat al snel
veel trager en minder volledig; één hand komt al gauw in de problemen; de
pijn kan een "verlammend" karakter hebben; er kunnen kleurverschillen van
de handen optreden, er ontstaat een slechte capillaire refill.
Proef voor de coraco-thoraco-pectorale poort
(proef van Wright)
De te onderzoeken arm wordt
passief in elevatie en hyperabductie gebracht. Idem, maar dan geholpen
actief, waardoor ook de pectoralis minor aanspant.
Bevindingen
Zie test
voor de scalenus poorten. Verder kunnen pijn en tintelingen optreden. De
huid kan sterk verbleken en er kan een gevoel van krachteloosheid
ontstaan.
Proef voor de mate van plexusirritatie
(proef van Erb)
Breng het hoofd passief in
lateroflexie naar de heterolaterale zijde (cervicale wortels treden
horizontaal uit), breng dan de te onderzoeken arm in hyperabductie, de
onderarm in pronatie en de pols en vingers in flexie. De proef geeft een
indicatie van de mate van plexus irritatie (“Lasègue van de
arm”).
Bevindingen
Een
schietende pijn over het gehele traject, naast andere H.N.P. bevindingen,
pleit voor een radiculair syndroom. Brandende pijn met langzaam optredende
tintelingen en overige anamnestisch bekende klachten, pleiten voor een
thoracic outlet compressie syndroom.
.