In onderstaand filmpje ziet u een
onderzoek/behandeling van de kuitmusculatuur.
Op de eerste plaats wordt de
spanning van de spier gereduceerd (gedetoniseerd) en daardoor
minder pijn. Tegelijkertijd worden ook andere
spier/peesproblemen opgezocht. De ontsteking wordt tevens
gelokaliseerd en wordt vastgesteld waar de spieren een
overmatige trekkracht op de pezen geven. Men behandelt en
palpeert tegelijkertijd. Men gaat te werk van oppervlakkige naar
dieper gelegen lagen.
Eer wordt niet alleen in de dwarse
richting gewerkt maar ook driedimensionaal naar lateraal "van de
pees weg en naar de pees toe".
De volgende stap is, wanneer men de ontsteking gelokaliseerd
heeft, deze heel langzaam te prikkelen zonder dat er pijn
ontstaat.
Dit doet men volgens de methode
van "soft tissue" of "shifting massage.
Een nieuwe benadering voor Myofasciale behandeling en preventie
van blessures aan het Australische Sportinstituut.
De steeds groter wordende drive naar perfectie in het spel van
de atleet maken, dat de atleet en de coaches zoeken naar die
„kleine extra’s“ om het vermogen van de toekomstige sportsterren
te verbeteren. Sportmassage therapeuten hebben een antwoord
proberen te vinden op deze vraag door een nieuwe innovatieve
manier van „soft tissue behandelingen“ en blessurepreventie
technieken te ontwikkelen.
Een van deze technieken, die nu uitgebreid gebruikt wordt op het
Australian Institute of Sport (AJS), is bekend onder de naam „Shifting“.
Shifting is ontwikkeld door de Australiër Barry Pluge, wiens
motto was „simpele oplossingen voor complexe problemen“. Hij
geloofde erin om pijn te laten verdwijnen door gebruik te maken
van kleine body shifts (lichaamsbewegingen) - een proces dat
gebruik maak van de „lock and key“ techniek. Hij oefent druk uit
in het gelaedeerde weefsel met de palpabele hand (lock) en
gebruikt zijn andere hand om het betreffende lichaamsdeel door
de weerstandsbarrière heen te bewegen (key).
Als dit shifting-concept in combinatie gebruikt wordt met „rolfing“
- osteopatische myofasciale behandeling uit Trager, Travell en
Simons triggerpoint handleiding - dan wordt een optimaal effect
bereikt. Laatstgenoemden hebben drie onderscheidende effectieve
technieken ontwikkeld in de myofasciale behandeling en
blessurepreventie. Deze drie technieken worden in dit artikel
besproken.
Voordat we hier mee beginnen is het belangrijk om te controleren
of deze technieken geschikt zijn voor de specifieke pathologie.
De aanpak van Maitland van schatten, rekken (1-2 minuten) en
weer op nieuw controleren is hierbij aan te bevelen. Bij alle
behandelingen is een spaarzaam gebruik van massageolie aan te
bevelen omdat de therapeut voldoende spanning ontwikkelen kan op
het te behandelen weefsel.
Indirecte technieken
Indirecte technieken zijn ontwikkeld om triggerpuntbehandeling
mogelijk te maken, digitale ischaemische druk moet toegepast
worden met een minimale discomfort voor de patiënt en benut niet
de volledige bewegingsomvang (ROM) van de spier die behandeld
moet worden. Het gaat hier om enige vorm van beweging,
gewoonlijk wordt schommelen, slingeren of schudden toegepast.
Deze vorm van beweging leidt de aandacht af van de behandeling
die later uitgevoerd wordt, vermindert de prikkelbaarheid van de
alpha motoneuronen die op hun beurt restspanning of posturale
houdingspatronen te niet doen.
Directe technieken
Deze technieken worden gebruikt om afzonderlijke spieren te
isoleren en vervolgens een shifting techniek uit te voeren om
myofasciale restricties te verlichten. Deze aanpak kan toegepast
worden bij een individuele spier, waarbij gebruik gemaakt wordt
van de range of motion (ROM) specifiek gericht op bepaalde
sportacties. Het voordeel hiervan is dat de ROM vergroot wordt,
dat in de toekomst waarschijnlijk ‘n vermindering geeft van het
oplopen van blessures en geeft de sporter een groter
belastbaarheid bij het oefenen.
De directe techniek houdt in:
De betreffende spier te verkorten.
Geef druk op de pijnlijke plaats in de richting van de origo van
de spier (voorkeur geniet in delengterichting van het
vezelverloop, wanneer de spier bewogen wordt. Spanning kan
moeilijkgegeven worden als de druk niet in de richting van het
vezelverloop is.
Gelderse Opleiding voor Sportmassage „Shifting“ Bijlage BAOV - 1
Beweeg de spier iets over z’n „range“.
Stop zo gauw je weerstand van het weefsel ondervindt en maak
kleine bewegingen in ditgebied (schommelen, slingeren).
Oppervlakkige technieken
Oppervlakkige technieken worden aanbevolen wanneer oppervlakkige
fasciae behandeld worden
of om beperkingen in bepaalde bewegingspatronen te verminderen
(verlichten).
Anders dan directe en indirecte technieken, worden oppervlakkige
technieken niet gefocust op
een speciale spier.
Oppervlakkige technieken hebben te maken
met:
De oppervlakkige fascia wordt vastgepakt met een soort tanggreep
op een oppervlakkige drukin de fascia te geven.
Pak de te behandelen extremiteit van de patient, nek of rom en
beweeg dit door een speficieke ROM.
Stop het moment, dat je weerstand ondervindt van het weefsel en
maak kleine bewegingen indit gebied (schommelen, slingeren).
De vormen van behandelingen kunnen specifiek zijn voor bepaalde
acties in een tak van sport, waarbij de atleet weerstand
(beperking) ondervindt.